Kledingconvenant tevreden over voortgang, critici niet overtuigd

Bijna alle merken die zich hebben aangesloten bij het Convenant Duurzame Kleding en Textiel, zijn volgens de initiatiefnemers goed op weg om te voldoen aan de gemaakte afspraken. Andere organisaties die zich inzetten voor onder meer betere arbeidsomstandigheden in de kledingsector spreken van een papieren tijger. Ze noemen de aanpak van het convenant niet transparant en te vrijblijvend.

In de jaarrapportage van het convenant staat dat bijna alle 92 deelnemende goede voortgang maken om te voldoen aan de gemaakte afspraken. Zo is de productielocatielijst, de lijst van fabrieken waarmee kledingmerken werken, uitgebreid van 2802 naar 4268.

Met zo’n 14 procent van de bedrijven die achterblijven, gaat het convenant in gesprek. Mocht dat tot niets leiden, dan kan een onafhankelijke geschillencommissie worden ingeschakeld.

“De afgelopen jaren zijn enorme stappen gezet”, zegt voorzitter Pierre Hupperts van het convenant. “Is het probleem daarmee opgelost? Nee. Hebben wij de voorwaarden gecreëerd om het aan te gaan pakken? Daarop is mijn antwoord overduidelijk ‘ja’.”

‘Transparantie blijft uit’

Niet iedereen is zo enthousiast, zoals de Schone Kleren Campagne (SKC) en de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Volgens die organisaties worden de mensen die de kleding maken in landen als Bangladesh, China, India, Pakistan en Turkije nog steeds uitgebuit.

Dat bijvoorbeeld steeds meer productielocaties van kleding op de lijst van het convenant staan, zou maar weinig zeggen over de herkomst van gebruikte materialen. Suzan Cornelissen van SKC gelooft vooralsnog “zeker niet” dat het convenant effectief is. “Tot nu toe is het alleen nog maar een papieren werkelijkheid.” De transparantie in de kledingketen blijft uit, zeggen SKC en SOMO.

Bron: NOS